Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

9.1 Financiële context

De financiële dynamiek waarin de VU zich bevindt, wordt gekenmerkt door de afnemende financiering per student vanuit de centrale overheid (OCW), een stijgende werkdruk en een toenemende noodzaak voor vernieuwing in verband met de voortdurende veranderingen in onze omgeving, zoals digitalisering, globalisering en nieuwe behoeften van studenten. De VU anticipeert op deze ontwikkelingen via investeringen in de kwaliteit van onderwijs en onderzoek, het verwerven van externe financiering, investeringen in de VU-campus, uitbreiding van en investering in het aantal medewerkers en het verbeteren van de faciliteiten voor studenten, onderzoekers en medewerkers van de VU. Daarnaast had in het afgelopen jaar de coronapandemie ook op financieel terrein gevolgen voor de VU, die in de financiële analyse in dit hoofdstuk geadresseerd zal worden.

Tevens heeft in 2020 de geplande herstructurering van de derivatenportefeuille van de VU plaats gevonden zodat deze beter aansluit op de financieringen van de VU en de in het verleden ontstane ‘ineffectiviteit’ van de derivatenportefeuille VU sterk teruggebracht is. Deze herstructurering heeft ook geleid tot een eenmalig, “non-cash”, positief effect van € 8,4m op het resultaat van de VU.

In financiële zin heeft het door de VU in 2020 gevolgde beleid geleid tot een, ondanks het effect van corona, positief resultaat van € 24,0m ten opzichte van een begroot resultaat van € 8,1m. Dit verschil lijkt op het eerste gezicht hoog echter wordt sterk beïnvloed door een aantal factoren die bij de beoordeling van het resultaat moeten worden meegenomen. Het genoemde verschil tussen realisatie en begroting wordt voor € 15,2m veroorzaakt door een drietal effecten met een non-cash karakter. Dit betreft: € 6,3m lagere reguliere afschrijvingskosten, -/- € 1,0m lagere geactiveerde bouwrente en een € 9,9m positieve non-cash bate derivatenportefeuille (€ 8,4m als gevolg van herstructurering en € 1,5m als gevolg van reguliere aanpassing ineffectiviteit op basis van de rentestand en looptijd). Gecorrigeerd voor deze effecten met een incidenteel “non cash”-karakter resteert een resultaatsverbetering ten opzichte van de begroting van € 0,8m.

Het financieel effect van corona op de VU wordt ingeschat op een negatief effect van -/- €12,1m. Dit is het saldo van -/- € 13,1m gemiste omzet van met name contractonderwijs, contractonderzoek en baten van publieksdiensten; en per saldo lagere kosten van € 1,0m. Indien het resultaat niet alleen voor de eerder genoemde non-cash effecten, maar ook voor het ingeschatte corona-effect gecorrigeerd wordt, is het VU resultaat € 12,9m hoger dan begroot. Dit overschot voor € 4,5m wordt verklaard door vertragingseffecten in het aanwenden van in 2020 ontvangen middelen (met name sectorgelden en zogenaamde ‘Van Meenen gelden’), die na 2020 alsnog zullen worden aangewend. Deze vertragingseffecten zijn geen onderdeel van het ingeschatte corona-effect, maar zijn wel door corona beïnvloed.

Het in 2020 beschikbare bedrag aan studievoorschotgelden van € 8,0m is ondanks de impact van de coronacrisis bijna volledig besteed. Het niet bestede bedrag van € 0,6m zal in de jaren 2022 en verder alsnog worden uitgegeven. De studievoorschotgelden zijn ingezet voor de uitvoering van het Kwaliteitsplan Onderwijs VU 2019-2024 versie 2.0, inclusief de daarachter liggende meerjaren kwaliteitsplannen van de faculteiten. In hoofdstuk 10 van dit jaarverslag wordt uitgebreid gerapporteerd over de realisatie op de studievoorschotgelden 2020, waarbij ook per kwaliteitsthema wordt aangegeven welke inhoudelijke resultaten er zijn geboekt in 2020.

In 2020 heeft het gevoerde financiële beleid, naast de doorloop van het meerjarige investeringsprogramma voor de huisvesting, geleid tot een extra beleidsimpuls van bijna € 14m, waarvan € 7,4m voor onderwijskwaliteit in het kader van de studievoorschotmiddelen, € 1,2m voor overige onderwijsprioriteiten, € 2,1m voor investeringen in onderzoek en de ondersteuning daarvan (inclusief talentenbeleid) en ca. € 2,9m voor verbeteringen in de ondersteunende bedrijfsvoering.

Dit betreft o.a. het meerjarige programma voor verbetering van het weblandschap (TOLL), een programma met betrekking tot verbetering van de digitale documentenstromen (Digidoc) en onvermijdelijke extra uitgaven als gevolg van wijzigingen in de wet- en regelgeving (onder meer vanwege het privacy-beleid en het anti-rook beleid).

Naast deze extra beleidsimpuls is in 2020 een extra bedrag van € 3,7m ingezet voor diverse doeleinden, die buiten de afbakening vallen van de beleidsmiddelen voor onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering, maar wel randvoorwaardelijk zijn voor een goede uitvoering van deze processen. Van het bedrag van € 3,7m heeft ongeveer € 2,1m betrekking op de tijdelijke extra kosten in verband met de transitie van de dienst IT, om de VU optimaal te kunnen faciliteren in het gebruik van de nieuwste technologie.

In 2020 heeft de VU voor in totaal € 69,5m geïnvesteerd in materiële vaste activa (€ 54,8m) en in software (€ 14,7m).

In de navolgende paragrafen staat de ontwikkeling en analyse van het resultaat 2020 van de VU in meer detail beschreven. In de continuïteitsparagraaf is de, op basis van het positieve resultaat en liquiditeitsontwikkeling van 2020 geactualiseerde, meerjarenbegroting tot 2025 (inclusief investeringen tot 2030) van de VU toegelicht.