Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

Rijksbijdragen en overige overheidsbijdragen

De in 2020 gerealiseerde € 378,5m aan Rijksbijdragen bestaat voor € 376,9m uit de Rijksbijdrage via OCW[1], voor € 3,0m uit bijdragen niet van OCW door onderlinge verrekening van Rijksbijdrage tussen de Universiteit van Amsterdam en de VU (betreffende het Amsterdam University College, het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam en de joint degrees tussen UvA en VU) en voor -/-€ 1,4m uit een middelenpassivering op de Rijksbijdrage Zwaartekracht 2020 (dit bedrag is op de balans gezet omdat het in latere jaren zal worden uitgegeven).

De bijdrage die de VU van OCW ontvangt voor de opleiding Orthodontie (€ 0,7m in 2020) is verantwoord op de regel ‘Overige overheidsbijdragen’.

De verantwoorde Rijksbijdrage 2020 van OCW aan de VU bedraagt € 376,9m en is daarmee € 14,1m hoger dan begroot voor 2020[2] en € 26,9m hoger dan de gerealiseerde Rijksbijdrage in 2019. De stijging met € 14,1m ten opzichte van de begroting 2020 wordt verklaard door de volgende bijstellingen van de Rijksbijdrage in de loop van het begrotingsjaar 2020:

  • De loon- en prijscompensatie 2020 is door OCW in de toewijzing verwerkt. Hiervoor heeft de VU in 2019 € 10,2m aan extra middelen ontvangen. De loonruimte 2020 ad € 8,1m is volledig uitgedeeld aan de eenheden, inclusief een budgetevenredig aandeel voor VUmc, ACTA en AUC. Van de prijscompensatie 2020 ad € 2,1m is op basis van vigerende afspraken een bedrag van € 0,6m doorgegeven aan VUmc, ACTA en AUC. Het resterende bedrag van € 1,5m is toegevoegd aan de risicomarge 2020;

  • In verband met de overheveling van de SEO-middelen van NWO naar de 1e geldstroom is de Rijksbijdrage van de VU structureel verhoogd met € 2,8m. Dit bedrag is na aftrek van het aandeel VUmc ad € 0,6m (dit bedrag geven wij onverkort door aan het VUmc) in 2020 eenmalig aangewend voor de versterking van de facultaire reserves als buffer voor de impact van corona op het onderzoek bij de faculteiten. Vanaf 2021 wordt het VU-aandeel ad € 2,2m volledig ingezet als extra beleidsmiddelen voor onderzoek;

  • Naar aanleiding van de ‘motie Van Meenen’ is de Rijksbijdrage van de VU structureel verhoogd met € 3,2m. Deze gelden zijn bedoeld ter versterking van de positie van de bètafaculteiten bij de algemene universiteiten (ter compensatie van de neveneffecten uitvoering ‘Van Rijn’), waarbij geldt dat dit als een aanvullende bijdrage moet worden behandeld op de sectorplangelden voor bèta/techniek. Intern geven wij deze middelen volledig door aan onze bètafaculteit. Omdat wij in het Jaarplan 2020 al rekening hadden gehouden met een voorschot van € 2,8m bedraagt de bijstelling ten opzichte van begroting € 0,4m;

Een aantal overige bijstellingen met een totaal effect van € 0,7m ten opzichte van de begroting. Dit betreft onder andere de toewijzing van extra Comeniusbeurzen, de bijdrage uit SEO-middelen voor EATRIS (door te geven aan het VUmc) en extra toewijzingen voor de educatieve module en voor de tweejarige educatieve masters.

  • 1 De toewijzing volgens de 3e begrotingsbrief OCW 2020 bedraagt voor de VU € 377,8m. Hierin zijn echter een tweetal kasmutaties verwerkt van in totaal € 0,9m (€ 0,7m aflossing BaMa-compensatie en € 0,2m aflossing kaskorting), die door de VU al eerder als baten zijn meegenomen, waardoor de feitelijke Rijksbijdrage (voor de middelenpassivering) uitkomt op € 376,9m. 
  • 2 De totale begrote Rijksbijdrage voor 2020 bedroeg € 361,7m, waarvan € 362,8m direct via OCW, € 0,2m uit de verrekening met de UvA inzake ACTA en AUC en minus € 1,3m in verband met de middelenpassivering Zwaartekracht.