Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

Toelichting signaleringsgrenzen van de Onderwijsinspectie (voor waarden per jaar zie continuïteitsparagraaf):

Solvabiliteit II

Omdat de Onderwijsinspectie de voorzieningen ook meeneemt in haar berekening van de solvabiliteit is deze ratio in 2020 voor de VU met 44,6% ( 2019: 43,6%) hoger dan de solvabiliteit zoals banken die berekenen en ruim boven de gestelde signaleringsgrens van 30%. Ook hier geldt dat de afname van de solvabiliteit na 2020 zal stabiliseren op een niveau van circa 40-42%, ruim boven de gestelde signaleringsgrens.

Liquiditeit (current ratio)

De liquiditeits- of current ratio in 2020 is met 0,70 (2019: 0,67) hoger uitgekomen dan geprognotiseerd (0,62) door enerzijds het hoger dan begrote resultaat en de daaruit voortvloeiende hoger dan begrote positie aan liquide middelen van € 94,4m ultimo 2020, anderzijds door de verschuiving van de planning van investeringen in onder meer het NU.VU gebouw en het in aanbouw zijnde Onderzoeksgebouw VU Schoolwerktuinen (SWT). De ratio bevindt zich nu ruim boven de signaleringsgrens van 0,50 van de Onderwijsinspectie. De verwachting is dat deze ratio als gevolg van een gepland negatief resultaat voor 2021 en de geplande (aanvullende) investeringen komend jaar zal afnemen naar een niveau vlak boven de 0,50.

De VU beschikt over een gecommitteerde rekening courant faciliteit en afdoende externe financiering waardoor er de komende jaren ruim voldoende liquiditeitsruimte is. Daarmee zijn ook de beschikbare liquiditeiten, mede gezien de maatschappelijke discussie rondom beschikbare reserves, momenteel nog steeds passend, maar zeker niet te ruim voor de VU.

Rentabiliteit

Door het positieve resultaat van dit jaar bevindt de rentabiliteit in 2020 van 4,1% (2019: 3,6%) zich boven de signaleringsgrens van 0%. De verwachting voor de komende jaren is dat het resultaat en daarmee de rentabiliteit daalt en, behalve in 2021 (-0,8%), positief zal zijn. De rentabiliteit blijft daarmee boven de signaleringsgrens (binnen de grenzen zijn drie opeenvolgende jaren met negatieve resultaten toegestaan).

Huisvesting

De huisvestingsratio, huisvestingslasten inclusief afschrijvingen, uitgedrukt als percentage van de totale lasten, bevindt zich in 2020 met 11,4% (2019: 11,8%) onder de signaleringsgrens van 15%. De verwachting is dat deze ratio door investeringen in huisvesting en de daarmee gepaard gaande oplopende huisvestingslasten na 2020 licht toe zal nemen, maar ruim onder de signaleringsgrens zal blijven. De huisvestingsratio van de Onderwijsinspectie wijkt af van de door de VU intern gebruikte ratio. In de door de inspectie gehanteerde ratio zijn de verhuur en benutting van gebouwen en huisvestingsfaciliteiten (o.a. een energiecentrale) met partners als het VUmc niet verdisconteerd. Tevens wordt in deze ratio geen rekening gehouden met de effecten van huisvesting aan de Zuidas en de mate waarin een universiteit labgebouwen of andere technische faciliteiten nodig heeft voor haar Bèta of medische faculteiten (incl. tandheelkunde). De VU hanteert sinds een aantal jaren een eigen huisvestingsratio, waarin dergelijke nuances wel zijn opgenomen.

Het weerstandsvermogen

De weerstandsratio, eigen vermogen uitgedrukt als percentage van de totale baten, bevindt zich in 2020 met 54,5% (2019: 52,5%) ruim boven de signaleringsgrens van 5%. De weerstandsratio wordt door de inspectie voor de hele onderwijs sector gehanteerd, maar is voor universiteiten een minder relevante ratio gezien de veel hogere kapitaalsintensiteit als gevolg van de materiële vaste activa, dan de rest van de onderwijssector. De verwachting is dat deze ratio door dalend resultaat de komende jaren licht zal afnemen.