Mijn Verslag

8.1 Resultaat 2025

STAAT VAN BATEN EN LASTEN (VERKORT)

(bedragen x €k)

Realisatie

Begroting

Realisatie

2025

2025

2024

Totaal baten

827.396

787.742

798.114

Totaal lasten

821.478

799.247

801.707

Saldo baten en lasten

5.918

-11.505

-3.593

Financiële baten en lasten

-9.311

-10.753

-4.373

Bijzondere posten inzake deelnemingen

394

-71

986

Resultaat VU

-2.999

-22.329

-6.980

Het resultaat van de Stichting VU 2025 bedraagt € 3,0m negatief en is daarmee € 19,3m positiever dan begroot (€ 22,3m negatief).

Nadere duiding resultaat 2025

NORMALISERING VAN HET RESULTAAT

2025

(bedragen x €k)

Resultaat volgens voorlopige geconsolideerde jaarcijfers

-2.999

Incidentele resultaateffecten:

- Hogere afschrijvingslasten ivm afwaardering gasturbines

14.298

- Projectkosten W&N AB gebouw

4.705

- Reservering W&T middelen voor specifiek bestedingsdoeleinde

-7.400

- Lagere overige instellingslasten (o.a. bij BETA en IT)

-4.500

Totaal incidentele resultaateffecten

7.103

Eliminatie incidentele resultaateffecten

7.103

Genormaliseerd resultaat 2025

4.104

Overige afwijkingen ten opzichte van begroting 2025:

Centrale bedrijven

- Rijksbijdrage voor werkdruk en talentbeleid

-4.800

- Beschikbare niet bestede centrale beleidsmiddelen

-4.700

- Hogere opbrengsten Collegelden (incl. Joint Degrees)

-2.500

- Financiële baten en lasten

-1.400

- Overige verschillen in de centrale personele voorzieningen

-3.233

-16.633

Resultaten diensten

-3.100

Resultaat faculteiten

-6.700

Eliminatie van de overige afwijkingen

-26.433

Begroot exploitatieresultaat 2025

-22.329

In het resultaat van € 3,0m negatief zit een bedrag van € 7,1m negatief aan incidentele resultaatseffecten: 

  • Besloten is de beide gasturbines in het Energiecentrum buiten gebruik te stellen. Reden hiervoor is de combinatie van de verwachte beperkte toekomstige inzet van deze gasturbines in combinatie met ontstane schades en de (zeer) beperkte garantie op de turbines vanuit de leverancier. Het buiten gebruik stellen betekent dat in 2025 een eenmalige afwaardering van € 14,3m dient plaats te vinden. Aangezien de gasturbines onderdeel zijn van de VU-balans, vindt de afwaardering plaats via de VU-boekhouding. VU en Amsterdam UMC werken via het CCE samen in het Energiecentrum. Er vinden met het Amsterdam UMC nog gesprekken plaats over de impact van deze afwaardering op de financiële bijdrage vanuit Amsterdam UMC.

  • De geplande renovatie van het AB-gedeelte van het W&N-gebouw zal niet volgens het oorspronkelijke plan worden uitgevoerd. In 2026 zal een definitief besluit worden genomen over de bestemming van het AB-gedeelte van het W&N gebouw waarbij al duidelijk is dat het pand, als het nog zal worden gebruikt een andere bestemming krijgt dan eerder bedacht. Dit betekent dat de hiervoor gemaakte projectkosten als eenmalige kosten ten laste van de exploitatie dienen te worden gebracht. Dit is een eenmalige last van € 4,7m in 2025.

  • In het Jaarplan 2025 is rekening gehouden met een reservering van € 7,4m aan middelen voor werkdruk en talentbeleid, ervan uitgaande dat er aan de toewijzing van deze middelen verplichte bestedingsdoeleinden zouden worden verbonden. In de Kadernota 2026 en het Jaarplan VU 2026 is, aansluitend op de definitieve externe aanwijzingen voor de inzet van deze middelen, gekozen voor een beleidslijn waarin de middelen voor werkdruk en talentbeleid generiek worden ingezet om de effecten van overheidsbezuinigingen te verzachten, waarbij reeds eerder getroffen maatregelen om de werkdruk beheersbaar te houden in stand kunnen worden gehouden. Via deze lijn wordt vermeden, dat er vanwege de verder tegenvallende overheidsinkomsten voor 2026 e.v. intern nieuwe bezuinigingen - via een verhoging van de taakstelling tot financiële bijsturing – zouden moeten doorgevoerd, die zouden leiden tot een verhoging van de werkdruk. Dit beleid is met terugwerkende kracht ook geldig voor 2025. Gelet op deze generieke inzet van de W&T-middelen komt de reservering van € 7,4m uit het Jaarplan 2025 te vervallen.

  • Uit een analyse van de post overige instellingslasten blijkt dat in 2025 een incidenteel resultaat is ontstaan van € 4,5m, bestaande uit een eenmalige vrijval bij Bèta (€ 2,0m) in verband met afwikkeling van een aantal projecten uit het verleden en uit € 2,5m aan incidentele effecten bij IT in het kader van investeringsprojecten en de transitie naar cloud-diensten.

Gecorrigeerd voor de bovenstaande posten bedraagt het resultaat 2025 € 4,1m positief en dat is € 26,4m hoger dan begroot voor 2025. Van dit verschil wordt een bedrag van € 16,6m verklaard door mutaties in de centrale bedrijven en € 9,8m door een beter resultaat bij de faculteiten en diensten.

Onder de mutaties bij de centrale bedrijven vallen de volgende posten:

  • De rijksbijdrage voor werkdruk en talentbeleid valt € 4,8m hoger uit dan verwacht in de begroting 2025. Dit betreft de impact van de amendementen Bontebal en Eerdmans. Hierbij is er rekening mee gehouden dat van de beschikbare middelen een bedrag van € 2,1m is aangewend ter afdekking van tekorten bij de faculteiten op de starters- en stimuleringsbeurzen.

  • Van de beschikbare centrale beleidsmiddelen volgens de begroting 2025 is een bedrag van € 4,7m niet toegekend en dus niet in besteding genomen. Dit betreft met name de aangehouden risicobuffer in verband met de financiële bijsturing. Deze bleek achteraf niet noodzakelijk. Vanaf 2026 worden deze middelen ingezet als beleidsmiddelen ter ondersteuning van de implementatie van het nieuwe Instellingsplan.

  • De inkomsten uit collegegelden vallen € 2,5m hoger uit dan begroot (zie toelichting hierna in College-, cursus- en examengelden).

  • Het saldo op financiële lasten en baten valt € 1,4m hoger uit dan begroot (zie toelichting hierna).

  • Het restantverschil van € 3,2m positief zit in de centrale personele voorzieningen en de overige posten. Hierbij is er rekening mee gehouden, dat de voor 2025 geplande dotatie van € 5,0m aan de voorziening voor het Sociaal Fonds uiteindelijk niet noodzakelijk bleek. Daarnaast vond er een correctie plaats op de reorganisatievoorziening van. In één geval vallen de reorganisatielasten € 0,9m lager uit dan eerder voorzien. Voor een andere eenheid bedraagt de correctie € 1,3 m, aangezien het besluitvormingsproces dat tot de reorganisatie leidt nog niet volledig is afgerond. Verder is rekening gehouden met een eenmalige dotatie van € 3,6m aan het Mobiliteitsfonds op basis van de cao-afspraken uit 2025. Daarnaast zijn de overige personele lasten lager uitgekomen dan begroot. Ook is er rekening mee gehouden dat het resultaat op de VU-holding € 0,3m lager uitkomt dan begroot (resultaat 2025 komt uit op € 0,7m negatief).

De verbetering van het resultaat bij de eenheden zit voor € 3,1m bij de diensten en voor € 6,7m bij de faculteiten. De resultaatsverbetering bij de diensten zit per saldo bij FCO en wordt verklaard door lagere energie- en schoonmaaklasten. De overige diensten zitten met hun resultaat dichter bij de begroting, waarbij Financiën door hogere externe inhuur ruim € 1,0m boven de begroting uitkomt. Bij de faculteiten komt Bèta € 6m hoger uit dan begroot (excl. de eenmalige post van € 2,0m in verband met de overige instellingslasten, zie toelichting hiervoor). Verklaring hiervoor zijn de hogere inkomsten uit de 2e en 3e geldstroom in combinatie met een reductie van de personele formatie. SBE laat met een positief resultaat over 2025 van € 0,4m een verbetering van € 1,9m zien ten opzichte van de begroting. Dat komt vooral door de sturing op lagere personele en materiële lasten. Rechten komt € 1,5m lager uit dan begroot, maar sluit 2025 wel af met een positief resultaat van € 0,7m. De verslechtering bij Rechten is vooral het gevolg van de kosten van extra personele aanstellingen op de starters- en stimuleringsbeurzen waarvoor de dekking is komen te vervallen.

De tranche 2025 van de taakstelling tot financiële bijsturing is meegenomen in de begrotingen 2025 van de faculteiten en diensten. Dat zowel de faculteiten als de diensten een hoger resultaat laten zien dan begroot betekent ook dat deze tranche voor 2025 volledig is gerealiseerd. In de continuïteitsparagraaf wordt verder gereflecteerd op de stand van de bijsturing.

Vorige Volgende