2.3 Langlopende schulden
Het verloop van de langlopende schulden is als volgt:
|
(bedragen x € 1.000) |
Stand per |
Opnames |
Overige |
Aflossingen |
Stand per |
Looptijd |
Looptijd |
|
01.01.2025 |
in 2025 |
mutaties |
2025 |
31.12.2025 |
1-5 jaar |
> 5 jaar |
|
|
Kredietinstellingen EIB |
207.958 |
- |
- |
-17.261 |
190.697 |
99.430 |
91.267 |
|
Kredietinstellingen BNG |
68.636 |
- |
- |
-2.864 |
65.772 |
32.568 |
33.204 |
|
Ineffectiviteit derivaten |
3.117 |
- |
200 |
- |
3.317 |
3.317 |
- |
|
Vooruitontvangen erfpacht |
4.843 |
- |
-70 |
- |
4.773 |
350 |
4.423 |
|
Vooruitontvangen investeringssubsidie |
2.945 |
- |
- |
- |
2.945 |
2.945 |
- |
|
Totaal langlopende schulden |
287.499 |
- |
130 |
-20.125 |
267.504 |
138.610 |
128.894 |
Kredietinstellingen EIB en BNG
De schuld aan kredietinstellingen heeft betrekking op leningen van de Europese Investeringsbank (EIB) en de BNG Bank (BNG) voor de herontwikkeling van de campus. De totale bovenstaande kredietfaciliteit bedraagt € 435m. Er zijn geen zekerheden verstrekt.
De VU heeft voor de eerste fase van het investeringsprogramma een financieringsarrangement met de Europese Investeringsbank (EIB) afgesloten van € 230m. De benodigde investeringen in de eerste fase van het programma zijn voor 50% uit eigen middelen van de VU betaald en 50% met vreemd vermogen.
De kredietfaciliteit voor de eerste fase bedraagt € 230m; hiervan is € 206m opgenomen en € 86m is afgelost, op dit moment staat er nog € 106m uit. De leningen worden jaarlijks afgelost en de laatste aflossing is in 2035.
Voor de investeringen in de tweede fase van het campusinvesteringsprogramma is een financieringsarrangement van € 205m afgesloten bij respectievelijk de Bank Nederlandse Gemeenten en de Europese Investeringsbank. De initiële investeringen worden volledig gefinancierd met vreemd vermogen. Op dit moment is er voor € 157m opgenomen en is er voor € 7m afgelost. De leningen worden jaarlijks afgelost en de laatste aflossing is in 2042.
De rente wordt per kwartaal achteraf voldaan en het percentage bedraagt driemaands Euribor verhoogd met een aantal basispunten.
De langlopende schulden zijn gedaald met € 20,1m als gevolg van aflossingen op bestaande leningen. De aflossingsverplichtingen voor 2026 bedragen € 20,8m.
Met de banken, de EIB, de Deutsche Bank (DB) en de BNG zijn vier financiële convenanten afgesproken. In 2025 is de VU ruim binnen deze gestelde normen gebleven. Onderstaande tabel geeft de waarden van de ratio’s per 31 december 2025 en de norm van de banken weer.
|
Ratio ¹ |
VU |
Banken |
|
Solvabiliteit I |
33,8% |
>30% |
|
Debt Service Coverage |
2,4 |
>1,3 |
|
Loan to Value |
36,8% |
<50% |
|
Investeringen (in € mln) ² |
40,9 |
102,5 |
¹ Solvabiliteit I = eigen vermogen / totaal vermogen
DSCR = EBITDA / jaarlijkse verplichtingen met betrekking tot lang vreemd vermogen
Loan to value = totaal langlopende schulden / totale vaste activa
Investeringen = gerealiseerde investeringen / 110% gebudgetteerde investeringen
² 110% van investeringsbegroting jaarverslag
Ineffectiviteit derivaten
De VU past kostprijshedge-accounting toe op haar derivatenportefeuille. Richtlijn RJ 290 schrijft voor dat het deel van de derivatenportefeuille dat ineffectief is, op de balans gewaardeerd moet worden als de waarde van de derivaten negatief is én meer negatief is dan de waardeverandering van de onderliggende afgedekte leningen. Dit bedrag wordt onder de langlopende schulden gepresenteerd vanwege het langlopende karakter van de derivaten. Een vermindering in de ineffectiviteit komt ten gunste van de staat van baten en lasten. Voor 2025 is de ineffectiviteit toegenomen met € 0,2m (2024: € 0,2m).
Voor het bepalen van de omvang van de ineffectiviteit wordt een vergelijking gemaakt tussen de waardeverandering van de zeer waarschijnlijke toekomstige externe financiering (welke wordt gemodelleerd als een zogenaamd ‘hypothetisch derivaat’) en de marktwaarde per eind 2024 van de bestaande derivatenportefeuille. Het verschil tussen de beide waarderingen is de omvang van de ineffectiviteit.
Vanwege de huidige lage kapitaalmarktrente en de lange looptijd vertoont de portefeuille een negatieve marktwaarde van € 28,6m per eind 2025 (2024: € 37,3m). De marktwaarde is de actuele waarde van de in de toekomst verschuldigde verplichtingen.
Sinds 31 december 2020 is, zoals gedefinieerd in het derivatencontract (ISDA) met de Deutsche Bank, geen sprake van een overhedge. Ook in de jaren 2026 en 2027 wordt geen overhedge verwacht. Zie onderstaande tabel voor het overzicht van de bestaande derivatenportefeuille.
|
Hoofdsom |
Tegenpartij |
Periode |
Te betalen |
Te ontvangen |
Reële waarde |
Reële waarde |
|
|
(x € 1.000) |
rente |
rente |
31.12.2025 |
31.12.2024 |
|||
|
10.000 |
BNG |
2010 - 2025 |
4,600% |
6 mnds Euribor |
- |
-159 |
|
|
10.000 |
BNG |
2011 - 2026 |
4,650% |
6 mnds Euribor |
-257 |
-424 |
|
|
15.000 |
DB |
2011 - 2025 |
5,525% |
1 mnds Euribor |
- |
-412 |
|
|
50.000 |
DB |
2013 - 2035 |
5,228% |
1 mnds Euribor |
-11.718 |
-14.005 |
|
|
50.000 |
DB |
2013 - 2035 |
5,373% |
1 mnds Euribor |
-11.093 |
-13.956 |
|
|
112.092 |
* |
DB |
2014 - 2030 |
4,380% |
1 mnds Euribor |
-5.572 |
-8.302 |
|
Totaal |
-28.640 |
-37.258 |
*) De hoofdsom varieert gedurende de looptijd. Het hier vermelde bedrag betreft de uitstaande hoofdsom per 31-12-2025.
Vooruitontvangen erfpacht
Erfpachttermijnen die in een keer zijn geïnd worden verantwoord onder langlopende schulden. Gedurende de looptijd van de erfpachtcanons zal een evenredig deel van deze schulden vrijvallen ten gunste van het resultaat.
Vooruitontvangen investeringssubsidie
Voor de financiering van een gebouw voor start ups heeft de VU in 2022 een investeringssubsidie ontvangen van de Gemeente Amsterdam. Er heeft nog geen besteding plaatsgevonden.