9.1 Starters- en stimuleringsbeurzen
Inhoudelijke toelichting
Het ministerie van OCW heeft in 2022 het instrument starters- en stimuleringsbeurzen ontwikkeld met als doel meer stabiliteit en voorspelbaarheid te creëren in de onderzoeksfinanciering van universiteiten en UMC’s. Het betreft niet-competitieve middelen die ongebonden onderzoek stimuleren en de werk-, competitie- en aanvraagdruk moeten verminderen. Ingaande 2025 is het instrument door het ministerie afgeschaft; de oorspronkelijke verantwoordingsplicht blijft echter van toepassing op de tot nu toe ontvangen middelen.
In totaal zijn er tot en met 2025 378 startersbeurzen en 206 stimuleringsbeurzen aan onderzoekers toegekend. De genderverdeling bij de startersbeurzen is 52% vrouwen, 48% mannen en bij de stimuleringsbeurzen 69% vrouwen en 31% mannen.
Het percentage onderzoekers (met een vaste aanstelling) die tot en met 2025 een starters- of stimuleringsbeurs hebben ontvangen is bij UD’s 71%, UHD’s 23% en hoogleraren 12% (op basis van het totaal aantal onderzoekers naar categorie met een vaste aanstelling volgens telling eind 2025).
Financiële toelichting
De VU heeft de doelstellingen en richtlijnen van OCW gevolgd en de beurzen verdeeld conform de door OCW gehanteerde verdeelsleutel (studentenaantallen per 1 oktober 2022). In 2022, 2023 en 2024 is 100% van de startersbeurzen en 90% van de stimuleringsbeurzen verdeeld (met uitzondering van de Faculteit der Geneeskunde (Amsterdam UMC), die 100% van haar aandeel heeft ontvangen). De resterende 10% van de stimuleringsbeurzen is gereserveerd om VU-brede knelpunten op te lossen of te verlichten.
Door het schrappen van de starters- en stimuleringsbeurzen was er geen ruimte meer om in 2025 aanvullende toewijzingen te doen. In hun planvorming hadden de faculteiten er echter rekening mee gehouden dat de middelen voor de beurzen voor een langere periode beschikbaar zouden blijven. En hoewel het in veel gevallen nog mogelijk was om de plannen (gedeeltelijk) in te trekken – vaak met teleurgestelde onderzoekers als gevolg – was het in een aantal gevallen niet mogelijk of verantwoord om reeds aangegane verplichtigen terug te draaien. De faculteiten hadden immers in goed vertrouwen gehandeld. Ter dekking van de extra verplichtingen was in eerste instantie de 10% ruimte uit de niet toegewezen stimuleringsbeurzen beschikbaar.
In 2025 zijn de resterende middelen uit deze ‘knelpuntenruimte’ naar rato verdeeld volgens de oorspronkelijke verdeelsleutel. Het restant bedroeg € 2,6m dat per 1 januari 2025 nog centraal op de balans stond. Een aantal faculteiten hebben deze ruimte benut om het tekort op de lopende verplichtingen voor een deel mee af te dekken en de overige faculteiten hebben hun aandeel in de knelpuntenruimte gebruikt om enkele extra beurzen toe te kennen.
Daarnaast is er in 2025 een eenmalig bedrag uit de middelen voor werkdruk en talentbeleid gehaald om de afwikkeling van de starters- en stimuleringsbeurzen op een zorgvuldige wijze te kunnen realiseren en de aangegane verplichtingen bij alle faculteiten volledig na te kunnen komen. Deze toewijzing is naar enkele faculteiten gegaan en bedroeg in totaal € 2,1m.
Realisatie 2025
|
BEGROOT vs REALISATIE 2025 |
|||
|
(bedragen x €k) |
Begroot |
Realisatie |
Verschil |
|
Startersbeurzen |
8.831 |
9.440 |
-609 |
|
Stimuleringsbeurzen |
5.343 |
3.989 |
1.355 |
|
Totaal |
14.174 |
13.429 |
745 |
Volgens begroting 2025 zou er van de in 2022 tot en met 2024 toegekende starters- en stimuleringsbeurzen in het boekjaar 2025 een besteding plaatsvinden van € 14,2m. De feitelijke besteding over 2025 valt € 0,7m lager uit. Deze onderbesteding is volledig toe te schrijven aan de stimuleringsbeurzen, waarop € 1,4 miljoen minder is uitgegeven dan begroot. Dit komt deels doordat een aantal faculteiten er uiteindelijk voor heeft gekozen meer middelen uit de stimuleringsbeurzen in te zetten, en doordat er projecten zijn die nog moesten worden vrijgegeven. Daarentegen is bij de startersbeurzen sprake van een overbesteding van € 0,6m ten opzichte van de begroting. Zonder het afschaffen van de starters- en stimuleringsbeurzen hadden deze bestedingen op een aanzienlijk hoger niveau kunnen liggen, omdat we veel meer (startende) onderzoekers hadden kunnen ondersteunen met een starters- of stimuleringsbeurzen. Het verschil tussen begroting en realisatie heeft geen impact op het VU‑resultaat, omdat dit wordt verrekend met het balanssaldo.
Realisatie 2022 - 2025
|
STARTERS- EN STIMULERINGSBEURZEN T/M 2025 |
|||
|
(bedragen x €k) |
Ontvangen van OCW |
Realisatie t/m 2025 |
Balanspositie |
|
Startersbeurzen |
36.717 |
-16.698 |
20.019 |
|
Stimuleringsbeurzen |
35.696 |
-5.563 |
30.133 |
|
Totaal inclusief AUMC (VUmc) |
72.413 |
-22.261 |
50.152 |
|
Totaal exclusief AUMC (Vumc) |
66.987 |
-20.976 |
46.011 |
|
Balans faculteiten |
-4.148 |
||
|
Overige mutaties |
-1.805 |
||
|
Totaal VU |
66.987 |
-20.976 |
40.057 |
De VU heeft voor de jaren 2022 tot en met 2025 in totaal € 72,4m aan beursmiddelen van OCW ontvangen waarvan € 5,4m voor Amsterdam UMC (locatie VU) en € 2,1m aan werkdruk en talentbeleid die eenmalig in 2025 zijn ingezet om de aangegane aanvullende verplichtingen van de faculteiten af te wikkelen. Daarnaast staat er € 4,1m op de balans bij de faculteiten in verband met nog vrij te geven beursmiddelen en € 1,8m aan overige mutaties (waarvan een correctie met betrekking tot middelen die door UvA worden ontvangen volgens afspraken rondom ACTA).
|
BESTEDING T/M 2025 |
|||
|
(bedragen x €k) |
Startersbeurzen |
Stimuleringsbeurzen |
Totaal |
|
Onderzoeksfaciliteiten |
1.293 |
349 |
1.642 |
|
Aanstelling medewerker (onderzoek of onderzoeksondersteuning) |
11.734 |
3.722 |
15.456 |
|
Vergroting van onderzoekstijd (beurshouder) |
3.670 |
1.492 |
5.162 |
|
Totaal inclusief AUMC (VUmc) |
16.697 |
5.563 |
22.260 |
|
Totaal exclusief AUMC (VUmc) |
15.412 |
5.563 |
20.975 |
Bij de startersbeurzen is er over de looptijd van de beurzen (2022 tot en met 2025) een besteding van € 16,7m gerealiseerd (inclusief AUMC). Dit bedrag kan als volgt worden verbijzonderd naar de afgesproken drie bestedingscategorieën: € 1,3m voor onderzoeksfaciliteiten, € 11,7m voor aanstelling extra medewerkers voor onderzoek/ondersteuning en € 3,7m voor vergroting van de onderzoekstijd van de beurshouder.
Bij de stimuleringsbeurzen is er tot en met 2025 een besteding van € 5,6m gerealiseerd, waarvan € 349k voor onderzoeksfaciliteiten, € 3,7m voor de aanstelling van extra medewerkers voor onderzoek/ondersteuning en € 1,5m voor de vergroting van onderzoekstijd van de beurshouder.
Sectorplannen
OCW investeert structureel in Sectorplannen (jaarlijks €200m) om een gezond en duurzaam stelsel voor hoger onderwijs en wetenschap vorm te geven. Binnen sociale- en geesteswetenschappen, bètawetenschappen, technische wetenschappen en medische wetenschappen is samengewerkt om tot een domeinbeeld. Het doel is om het fundament van wetenschapsgebieden te versterken en meer ruimte te bieden aan onderzoekstalent.
Binnen het Bestuursakkoord 2022 participeert de Vrije Universiteit in:
-
Sectorplan Bètawetenschappen: Voor een sterker fundament, € 50m per jaar.
-
Sectorplan Social Sciences and Humanities (SSH): Samen sterker, € 70m per jaar.
-
Sectorplan Medische en Gezondheidswetenschappen (Amsterdam UMC), € 60m per jaar. Amsterdam UMC rapporteert zelf inhoudelijk over het sectorplan Medische en Gezondheidswetenschappen in het Jaarverslag 2025 van het Amsterdam UMC.
Het aandeel van de VU in de toewijzing 2025 (inclusief indexatie) bedraagt € 17,5m, waarvan € 7,4m voor het sectorplan SSH, € 5,3m voor het sectorplan Medisch en € 4,8m voor het sectorplan Bèta. In 2025 is er € 17,6m besteed, waarvan € 6,6m voor het sectorplan SSH, € 6,1m voor het sectorplan Medisch en € 4,9m voor het sectorplan Bèta. De totale besteding in 2025 valt iets hoger uit dan de toewijzing voor 2025. De aanvullende uitgaven in 2025 worden bekostigd uit balansmiddelen die in eerdere jaren onbenut zijn gebleven.
|
BESTEDING T/M 2025 |
||
|
(bedragen x €m) |
Besteed in 2025 |
Toewijzing 2025 |
|
Sectorplan SSH |
6,6 |
7,4 |
|
Sectorplan Medisch |
6,1 |
5,3 |
|
Sectorplan Beta |
4,9 |
4,8 |
|
Totaal |
17,6 |
17,5 |
Naast de Sectorplannen uit het Bestuursakkoord 2022 lopen nog de sectorplannen van Rechtsgeleerdheid en BETA I. Deze volgen een eigen monitoringstraject dat niet via het VU-brede jaarverslag loopt.
Sectorplan Bètawetenschappen II
Sectorplan Bèta II heeft een positief effect gehad op het onderzoek binnen de focusgebieden Aarde en Klimaat, Biologie en Informatica. In combinatie met de starters- en stimuleringsbeurzen was ook een positieve ontwikkeling zichtbaar naar meer rust en ruimte voor onderzoek. Helaas komt dat wel onder druk te staan door het beëindigen van de beurzen. Alle sectorplanposities zijn inmiddels ingevuld en operationeel. Hieronder noemen we een aantal highlights vanuit de verschillende thema’s.
Aarde en Klimaat
Universitair docent Nadia Bloemendaal ontwikkelde een nieuwe schaal voor wind, regen en stormvloed, die ons beter waarschuwt voor orkanen.
Orkanen worden al decennialang ingedeeld op de Saffir-Simpson schaal, die windsnelheid categoriseert van 1-5. Mensen worden beïnvloed door deze categorie: hoe hoger de categorie, hoe groter de actiebereidheid. Maar de categorie vertelt niet het hele verhaal: het grootste gevaar komt namelijk niet van de wind, maar van de stormvloed en neerslag. Hierdoor lopen mensen onbewust veel gevaar.
Dr. Nadia Bloemendaal ontwikkelde met haar team en in samenwerking met de KNMi een nieuwe classificatieschaal die alle drie de gevaren meeneemt: wind, stormvloed en neerslag. Hun onderzoek laat zien dat mensen met deze schaal het risico beter begrijpen en daardoor ook beter handelen.
Biologie
Universitair docent Angela Getz heeft met postdoc Maxime Malivert en promovendus Bram Willems brachten technologische innovaties op het gebied van optica en moleculaire biologie samen met fundamenteel onderzoek om hun inzicht in de werking van de hersenen te vergroten. Zij onderzochten hoe mechanismen op moleculair niveau functies op circuitniveau tot stand brengen die cognitieve en geheugenprocessen vormgeven.
Dankzij innovaties op het gebied van microscopie heeft het team een conceptuele leemte in het begrip van synaptische plasticiteit overbrugd. Zij hebben nieuwe mechanismen blootgelegd die ten grondslag liggen aan de informatieverwerking in de hersenen; een doorbraak die binnenkort in het tijdschrift Neuron zal worden gepubliceerd.
Informatica
Universitair Docent Filip Ilievski heeft met een team van in totaal 6 promovendi en 2 postdocs onderzoek gedaan naar haat-zaaiende uitlatingen op sociale media. Zij hebben onderzocht hoe giftige en overtuigende verhalen in memes ontstaan. Het team analyseert met gebruik van AI-methoden en theorieën de argumentatie, communicatie en retoriek.
De onderzoekers hebben gekeken hoe AI feitelijke, culturele, ethische en juridische kennis kan integreren bij het interpreteren van memes. Het team heeft een uitgebreid, cognitief georiënteerd raamwerk met 13 meme-componenten en meer dan 20 onderlinge relaties ontwikkeld. Ze werken aan de ontwikkeling van een benchmark met meer dan 1.000 vragen over deze componenten en relaties. Het doel is om systematische evaluatie van AI-modellen te toetsen op hun vermogen om goed te presteren in de benchmarkcategorieën. Bij het onderzoek zijn wetenschappers betrokken van AI, politicologie, media- en communicatiewetenschap, journalistiek, taalwetenschap.
Gepubliceerd is inmiddels het proefschrift van Tygo Bloem Clustering Internet Memes Through Template Matching and Multi-Dimensional Similarity. Extra financiering is gevonden bij NWO en van een maatschappelijke stakeholder (DreamsLab). In 2025 is een expert meeting georganiseerd met onderzoekers van VU, UvA, CWI en het Instituut voor Sound & Vision. De eerste artikelen zijn in de tweede helft van 2025 ingediend voor review bij een aantal toptijdschriften.
Sectorplan Sociale- en Geesteswetenschappen
Het Sectorplan SSH bestaat uit het plan Geesteswetenschappen, Sociale Wetenschappen en een Dwarsdoorsnijdend thema. Hieronder lichten we de Zwaartepuntvorming toe per onderdeel en noemen we een aantal mooie resultaten uit 2025. De sectorplangelden in combinatie met de starters- en stimuleringsbeurzen hebben bijgedragen aan het verlagen van de werkdruk, met name voor jonge wetenschappers (UD’s en Postdocs). Door het verdwijnen van de beurzen komt dat wel weer onder druk komen te staan.
Geesteswetenschappen
De Universitair docenten die sinds 2022 met een beurs vanuit de sectorplangelden zijn gestart in het Sectorplan Geesteswetenschappen komen eens in de 6-8 weken samen om de voortgang te bespreken en ervaringen uit te wisselen. De VU heeft in het domein Geesteswetenschappen gekozen voor Humane AI, Cultureel erfgoed en identiteit en Talen & Culturen.
Op het thema Humane AI en verantwoord ontwerp en gebruik van AI-applicaties, digitalisering en technologie is onderzoek gedaan naar op LLM’s gebaseerde agents die in staat zijn complexe taken uit te voeren door middel van iteratieve planning en actie. Onderzoeker Lucia Donatelli heeft bijvoorbeeld meegewerkt aan onderzoek naar de inzet van AI in psychotherapie. De effectiviteit van agents is beperkt op gespecialiseerde gebieden zoals de diagnose van psychische aandoeningen. Daarvoor zouden de modellen toegang moeten hebben tot schaarse, zeer gevoelige datasets over geestelijke gezondheid, en die zijn moeilijk te verkrijgen. Door dialogen tussen therapeut en cliënt met specifieke cliëntprofielen te simuleren, levert het raamwerk transparante, stapsgewijze voorspellingen van stoornissen op, wat verklaarbare en meer betrouwbare resultaten oplevert. Het team van onderzoekers van VU, EUR en UU evalueert door middel van uitgebreide experimenten toonaangevende LLM's op drie cruciale dimensies: realisme in gesprekken, diagnostische nauwkeurigheid en verklaarbaarheid. De datasets en implementaties zijn volledig open source.
In het thema Cultureel Erfgoed en identiteit organiseerden de onderzoekers van VU en UL in juni 2025 het congres Collecting Global Heritage, over Restitutie van objecten en collecties en de dekolonisering van de instituten waartoe deze collecties behoren. Het doel is om door middel van co-creatie en nieuwe, digitale technieken op een meer gelijkwaardige en inclusieve manier collecties te ontsluiten. Onderzoeker Lorella Viola werkt aan een kader waarmee we het beheer, de toegang tot en het gebruik van digitaal cultureel erfgoed kunnen herzien, op een manier die historische onevenwichtigheden aanpakt en dekolonisatie bevordert.
Sociale wetenschappen
De Faculteit Sociale Wetenschappen en de faculteit der Gedrag- en Bewegingswetenschappen van de VU kozen voor versterking van de discipline onderwijskunde en de lerarenopleidingen, een investering in lab-voorzieningen en de versterking van open science en methodologische innovatie.
De VU heeft gekozen voor zwaartepunten op Veerkracht bij jeugd, De menselijke factor in nieuwe technologieën (i.s.m. Geesteswetenschappen) en Maatschappelijke ongelijkheid en diversiteit.
Veerkrachtige jeugd: Het onderzoek aan de VU richt zich op het welzijn en de participatie van jongeren die in moeilijke levensomstandigheden verkeren. Zo wordt in een samenwerkingsproject tussen de VU, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Bureau Studentenartsen Amsterdam onderzoek gedaan naar studenten met een mantelzorgtaak. De daaruit voortvloeiende factsheet over gezondheids- en studieresultaten biedt inzicht in hoe het combineren van hoger onderwijs met mantelzorgverantwoordelijkheden van invloed is op het welzijn en de studieresultaten. Dit onderzoek wordt uitgevoerd binnen het Expertiselab Young Informal Caregivers, onderdeel van het JOIN-programma (Young people in a resilient society) en draagt bij aan het inzicht in risico- en beschermende factoren voor veerkracht bij jongeren.
Binnen het thema De menselijke factor in nieuwe technologieën dragen onderzoekers van de VU bij aan digitale onderzoeksinfrastructuur en innovatieve methoden om interacties tussen individuen en digitale platforms te bestuderen. Binnen de Communicatiewetenschap ondersteunen initiatieven zoals het Societal Analytics Lab bijvoorbeeld onderzoek op het gebied van computationele sociale wetenschappen. Projecten zoals de Digital Data Donation Infrastructure (D3I) stellen individuen in staat om op veilige wijze digitale tracegegevens te doneren voor onderzoek, terwijl projecten zoals Tracking the Filter Bubble onderzoeken hoe algoritmische curatie de blootstelling aan nieuws en politieke opvattingen beïnvloedt. Daarnaast ontwikkelt het lopende, door de EU gefinancierde grote consortiumproject WHAT-IF een simulatie van de digitale informatieomgeving om de impact van beleidsmaatregelen op democratisch burgerschap te beoordelen. Deze projecten resulteren in datasets, tools en wetenschappelijke publicaties, en dragen bij aan het inzicht in hoe digitale technologieën gedrag en de samenleving vormgeven.
Het onderzoek binnen het thema Maatschappelijke ongelijkheid en diversiteit richt zich op ongelijkheid, inclusie en diversiteit in de samenleving. Zo onderzoekt het door de EU gefinancierde consortiumproject AMALTHEA (gecoördineerd door de VU) de relatie tussen gender en gewelddadig extremisme, waarbij een gender-sensitieve en intersectionele benadering wordt gehanteerd om de drijfveren achter radicalisering beter te begrijpen en effectievere preventiestrategieën te ontwikkelen. Het project combineert kennisontwikkeling, data-analyse en het ontwikkelen van instrumenten voor beleidsmakers en praktijkbeoefenaars, en draagt zo bij aan meer inclusieve en empirisch onderbouwde benaderingen van maatschappelijke uitdagingen.
Sectordoorsnijdend thema
Het Dwarsdoorsnijdend thema van de VU is gericht op versterking van de interdisciplinaire samenwerking in onderwijs en onderzoek. De VU heeft gekozen voor zwaartepunten ‘Communicatie, informatie en sociale ongelijkheid’ en ‘Onderwijs, burgerschap en democratie’. Om de interdisciplinariteit tussen de SSH-sectoren te versterken en een steviger basis te geven, heeft de VU ervoor gekozen de middelen in te zetten voor versterking van bestaande verbanden op de sector-overstijgende thema’s, waarbij steeds minimaal twee verschillende faculteiten samenwerken. Dat geeft een impuls aan interdisciplinaire samenwerking en Team Science. Door de middelen in te zetten in al bestaande interfacultaire samenwerkingen zijn we verzekerd van draagvlak voor en betrokkenheid bij de gekozen projecten.