8.3 Treasury
De voornaamste ontwikkelingen in 2025 op het gebied van liquiditeiten, investeringen, externe financiering en renterisicomanagement worden hierna besproken. Het treasurybeleid van de VU voldoet aan de ‘Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016’ inclusief het daarin opgenomen overgangsbeleid.
Investeringen
Uit onderstaand overzicht blijkt dat de VU in 2025 € 40,9 m heeft geïnvesteerd. De uitgaven dit jaar zijn vooral gedreven door investeringen van IT en de bètafaculteit in inventaris en apparatuur met name in labinfrastructuur, werkplekken en vervanging van de infrastructuur van de campus.
|
Investeringen |
Realisatie |
Begroting |
Realisatie |
|
(bedragen x €m) |
2025 |
2025 |
2024 |
|
Terreinen |
- |
- |
- |
|
Gebouwen |
10,6 |
43,6 |
- |
|
Gebouwen in uitvoering |
13,8 |
16,8 |
56,3 |
|
Inventaris en apparatuur |
16,1 |
32,2 |
4,1 |
|
Totaal materiele vaste activa |
40,5 |
92,6 |
60,4 |
|
Software |
0,4 |
0,6 |
2,5 |
|
Totaal immateriele vaste activa |
0,4 |
0,6 |
2,5 |
|
Totaal investeringen |
40,9 |
93,2 |
62,9 |
Externe financiering
Voor de eerste fase van het campusinvesteringsprogramma heeft de VU in september 2013 een kredietfaciliteit met de Europese Investeringsbank Bank (EIB) afgesloten voor een bedrag van
€ 230m. Van deze faciliteit is totaal € 206,6m gebruikt voor het financieren van een aantal specifieke projecten. In 2017 is de laatste tranche opgenomen, eind 2018 heeft de eerste aflossing plaats gevonden.
Ten behoeve van de tweede fase van het campusinvesteringsprogramma is eind 2017, inclusief een verhoging eind 2020 van € 35,0m en van € 30,0m in 2024, een tweede kredietfaciliteit bij de EIB en bij de BNG Bank (BNG) afgesloten voor in totaal € 205,0m. Het totaal opgenomen bedrag op deze faciliteiten is ultimo 2025 € 157,5m. In 2026 bestaat de mogelijkheid om nog €33m op te nemen uit de tweede faciliteit.
In 2024 heeft de eerste aflossing plaats gevonden. Zie onderstaand overzicht van uitstaande leningen ultimo 2025.
|
LENINGENPORTEFEUILLE |
||||
|
Bank |
Hoofdsom (€m) |
Rente |
Start |
Eind |
|
BNG |
€ 15,0 |
3M EURIBOR |
1-12-2018 |
1-12-2034 |
|
BNG |
€ 15,0 |
3M EURIBOR |
1-12-2020 |
1-12-2034 |
|
BNG (kasgeld) |
€ 20,0 |
6M EURIBOR |
15-6-2022 |
1-12-2034 |
|
BNG (kasgeld) |
€ 20,0 |
6M EURIBOR |
3-9-2024 |
1-12-2034 |
|
EIB |
€ 50,0 |
3M EURIBOR |
24-1-2014 |
19-12-2033 |
|
EIB |
€ 48,0 |
3M EURIBOR |
16-7-2014 |
17-7-2034 |
|
EIB |
€ 23,5 |
3M EURIBOR |
27-5-2015 |
28-5-2035 |
|
EIB |
€ 20,1 |
3M EURIBOR |
9-12-2015 |
9-12-2030 |
|
EIB |
€ 10,0 |
3M EURIBOR |
1-8-2016 |
1-8-2031 |
|
EIB |
€ 30,0 |
3M EURIBOR |
20-12-2016 |
22-12-2031 |
|
EIB |
€ 25,0 |
3M EURIBOR |
1-8-2017 |
2-8-2032 |
|
EIB |
€ 50,0 |
3M EURIBOR |
1-12-2021 |
1-11-2040 |
|
EIB |
€ 37,5 |
3M EURIBOR |
13-12-2022 |
12-12-2042 |
Convenanten en signaleringsgrenzen
Met de banken, de EIB, de Deutsche Bank (DB) en de BNG zijn een aantal financiële convenanten afgesproken. In 2025 is de VU binnen de gestelde normen gebleven. Onderstaande tabel geeft de waarden van de ratio’s ultimo 2025 en de norm van de banken weer.
|
Ratio ¹ |
VU |
Banken |
|
Solvabiliteit I |
33,8% |
>30% |
|
Debt Service Coverage |
2,4 |
>1,3 |
|
Loan to Value |
36,8% |
<50% |
|
Investeringen (in € mln) ² |
40,9 |
102,5 |
¹ Solvabiliteit I = eigen vermogen / totaal vermogen
DSCR = EBITDA / totaal financiële verplichtingen m.b.t. lang vreemd vermogen
Loan to value = totaal kort- en langlopende bankschulden / totale vaste activa
Investeringen = gerealiseerde investeringen / 110% gebudgetteerde investeringen
² 110% van investeringsbegroting
Daarnaast hanteert de onderwijsinspectie (OCW) een aantal signaleringgrenzen voor het identificeren van mogelijke financieel risico’s. Onderstaande tabel geeft de waarden van de signaleringsgrenzen ultimo 2025 en de signaleringswaarde van de onderwijsinspectie weer.
|
Ratio ¹ |
VU |
Onderwijsinspectie |
|
Solvabiliteit II |
38,10% |
> 30% |
|
Liquiditeit (current ratio) |
0,76 |
> 0,50 |
|
Absolute liq. middelen (in €m) |
225,8 |
> 2,0 |
|
EV/Normatief EV |
0,39 |
< 1,0 |
|
Rentabiliteit ² |
-0,4% |
≥ 0,0 |
|
Huisvesting ³ |
11,90% |
< 15% |
|
Weerstandsvermogen |
42,00% |
> 5% |
¹ Solvabiliteit II = eigen vermogen + voorzieningen / totaal vermogen
Current ratio = vlottende activa / kort vreemd vermogen
Rentabiliteit = resultaat / totale baten
Huisvesting = huisvestingslasten + afschrijvingen gebouwen en terreinen / totale lasten
Weerstandsvermogen = eigen vermogen uitgedrukt als percentage van de totale baten
EV / normatief EV = verhouding eigen vermogen t.o.v. normatief eigen vermogen (0,5* (1,27*aanschafwaarde gebouwen)+ boekwaarde resterende materiele vaste activa + 0,05* baten)
² signalering wanneer ratio meer dan 3 jaar onder nul of laatste 2 jaar < -5% of laatste jaar < -10%
³ exclusief het VUmc deel van de CCE gerelateerde huisvesting- en afschrijvingslasten.
Toelichting convenanten van de banken (voor waarden per jaar zie continuïteitsparagraaf)
De VU wil eind 2026 nog € 33m opnemen uit de lening voor de tweede fase van het campusproject. Dat bedrag is al meegerekend in de cijfers voor de komende jaren.
Solvabiliteit I
De solvabiliteitsratio van de VU bedraagt in 2025 33,8% (2024: 33,3%) en ligt daarmee ruim boven de door de banken opgelegde norm van 30% zoals vastgelegd in de leningdocumentatie. De lichte stijging in 2025 wordt voornamelijk veroorzaakt door een dalend balanstotaal. Voor de komende jaren wordt een stijging van de solvabiliteitsratio voorzien, enerzijds door een verbetering van het resultaat en anderzijds door een daling van het balanstotaal.
Debt Service Coverage
De Debt Service Coverage Ratio bedraagt in 2025 2,4 (2024: 1,6) en ligt daarmee ruim boven de door de banken opgelegde norm van 1,3 zoals vastgelegd in de leningdocumentatie. De ratio blijft in de komende jaren boven de vereiste norm, maar daalt in 2026 en 2027 door een afname van het resultaat (voor afschrijvingen en belasting) in combinatie met oplopende aflossingsverplichtingen. Vanaf 2028 stijgt de ratio weer naar een niveau boven de 2.
Loan to Value
De Loan to Value bedraagt in 2025 36,8% (2024: 37,9%) en blijft daarmee ruim binnen de door de banken opgelegde norm van 50% zoals vastgelegd in de leningdocumentatie. Na een lichte stijging in 2026, als gevolg van opnames onder de beschikbare financieringsfaciliteiten, wordt verwacht dat de Loan to Value vanaf 2027 daalt door aflossingen op de financieringen van de eerste en tweede fase.
Investeringen
De investeringen in materiële en immateriële vaste activa mogen op jaarbasis niet meer bedragen dan 110% van de gebudgetteerde investeringen. In 2025 bleef de VU met € 40,9m (budget 2024: € 100,5m) ruim onder de grens van € 102,5m.
Toelichting signaleringsgrenzen van de Onderwijsinspectie (voor waarden per jaar zie continuïteitsparagraaf)
Verplichte signaalwaarden
Solvabiliteit II
De onderwijsinspectie neemt de voorzieningen mee in haar berekening van de solvabiliteit. Hierdoor komt de solvabiliteit van de VU in 2025 uit op 38,1% (2024: 37,6%), wat hoger ligt dan de solvabiliteit I zoals door banken gehanteerd en ruim boven de signaleringsgrens van 30%. Na een beperkte daling loopt deze ratio vanaf 2028 weer op.
Current ratio (liquiditeit)
De current ratio bedraagt in 2025 0,76 (2024: 0,72) en ligt daarmee boven de signaleringswaarde van de Onderwijsinspectie (0,5). De ratio is daarnaast licht gestegen ten opzichte van 2024. Naar verwachting zal de current ratio vanaf 2027 geleidelijk afnemen tot circa 0,5 in 2030 als gevolg van een dalende liquiditeitspositie. De VU beschikt over de mogelijkheid om, indien nodig, aanvullende kortlopende bancaire financiering aan te trekken wanneer de ratio onder de signaleringsgrens dreigt uit te komen.
Normatief EV
Het normatief eigen vermogen (EV), zoals vastgesteld door de Onderwijsinspectie om de opbouw van financiële buffers te monitoren en waar nodig te begrenzen, bedraagt in 2025 0,39 (2024: 0,37). De VU blijft hiermee ruimschoots binnen de gestelde norm van 1,0. Voor de komende jaren wordt verwacht dat de ratio stabiel blijft binnen een bandbreedte van circa 0,34 tot 0,40.
Absolute omvang liquide middelen
De liquide middelen bedragen ultimo 2025 € 225,8m (2024: € 206,4m). Hiermee voldoet de VU ruimschoots aan de absolute liquiditeitseis van de Onderwijsinspectie van minimaal € 2m. Ook voor de komende jaren wordt een ruime liquiditeitspositie verwacht. Daarnaast beschikt de VU over een kredietlijn van € 40 miljoen, waardoor naar verwachting voldoende liquiditeitsruimte beschikbaar blijft.
Facultatieve signaalwaarden
Rentabiliteit
Door het negatieve resultaat in dit jaar komt de rentabiliteit in 2025 uit op –0,4% (2024: –0,9%), waarmee deze drie opeenvolgende jaren onder de signaleringsgrens van 0% blijft. Hoewel dit voor de onderwijsinspectie een facultatieve norm betreft, is wél een toelichting vereist. De negatieve rentabiliteit wordt verklaard door tijdelijk lagere resultaten en incidentele lasten. In het kader van de bijsturing is de verwachting dat het resultaat van de VU in 2028 weer positief is. Daarmee zal ook de rentabiliteit vanaf 2028 weer positief zijn.
Huisvesting
De huisvestingsratio, huisvestingslasten inclusief afschrijvingen, uitgedrukt als percentage van de totale lasten, bevindt zich in 2025 met 11,9% (2024: 11,6%) onder de signaleringsgrens van 15%. De verwachting is dat deze ratio door investeringen in huisvesting en de daarmee gepaard gaande oplopende huisvestingslasten licht zal toenemen.
De huisvestingsratio van de onderwijsinspectie wijkt af van de door de VU intern gebruikte ratio. In de door de inspectie gehanteerde ratio zijn de verhuur en benutting van gebouwen en huisvestingsfaciliteiten (o.a. een energiecentrale) met partners als het VUmc niet verdisconteerd. Tevens wordt in deze ratio geen rekening gehouden met de effecten van huisvesting aan de Zuid-As en de mate waarin een universiteit labgebouwen of andere technische faciliteiten nodig heeft voor haar Bèta of medische faculteiten (incl. tandheelkunde). De VU hanteert een eigen huisvestingsratio, waarin dergelijke nuances wel zijn opgenomen.
Het weerstandsvermogen
De weerstandsratio, eigen vermogen uitgedrukt als percentage van de totale baten, bevindt zich in 2025 met 41,8% (2024: 44,0%) ruim boven de signaleringsgrens van 5%. De verwachting is dat deze ratio door het dalend resultaat de komende jaren licht daalt en vanaf 2028 weer stijgt.
Renterisico
Om de renterisico’s die voortkomen uit de externe financieringen te mitigeren heeft de VU in het verleden een aantal rentederivaten afgesloten. In 2025 is, net als voorgaande jaren, de waarderingsmethodiek kostprijs hedge accounting in relatie tot de financieringsbehoefte van de VU toegepast.
Het ineffectieve gedeelte van de renteswapportefeuille onder de ‘langlopende schuldverplichting’ is ultimo 2025 gestegen ten opzichte van 2024 met € 0,2m naar € 3,3m. Zie ook de toelichting in de jaarrekening VU 2025.